par Dermine, Elise
;Lorgeoux, Camille
;Van Ypersele, Juliette
;Verdonck, Magali
;Bastin, Thérèse 
Référence Revue de droit social, 20254, page (519-583)
Publication Publié, 2026-01-01
;Lorgeoux, Camille
;Van Ypersele, Juliette
;Verdonck, Magali
;Bastin, Thérèse 
Référence Revue de droit social, 20254, page (519-583)
Publication Publié, 2026-01-01
Article révisé par les pairs
| Résumé : | Depuis plusieurs années, l’accessibilité du procès social en Belgique fait l’objet de vifs débats,ravivés par des réformes perçues comme restrictives et par la proposition de fusionner les coursdu travail avec les cours d’appel. Ces controverses opposent les partisans de la rationalisationjudiciaire aux défenseurs d’une justice sociale spécialisée et accessible. Pour outiller ce débat,la présente contribution propose un premier éclairage scientifique, et présente un état des lieuxdes connaissances et des zones d’ombre concernant l’accès, et les inégalités d’accès, aux juridictionsdu travail belges.Tout d’abord, l’article rappelle et démontre que l’accès au juge constitue un levier essentiel deréduction des inégalités socio-économiques et que le droit judiciaire social a précisément étéconçu pour en garantir l’effectivité. L’attention est ensuite portée sur le contentieux du travail.Si le manque de données empiriques empêche de vérifier pleinement l’hypothèse selon laquelleles inégalités entre travailleurs sur le marché du travail se reproduisent devant les juridictions,les données recueillies pour cette recherche (base de données du contentieux du travailSOCLEX) montrent que le procès social engendre ses propres inégalités, selon le mode de cessationdu contrat de travail ou le mode de représentation en justice. Le point est ensuite effectuésur l’impact de réformes récentes, telles que la TVA sur les prestations d’avocats et l’indemnitéde procédure, sur l’accès des travailleurs au procès social. L’article met en lumière le rôle centraldes syndicats, ainsi que la complémentarité de leur action avec celle des avocats, dans la sécurisationd’un accès égal et effectif des travailleurs au procès, tout en montrant que la réformede l’indemnité de procédure les désavantage et met sous pression l’équilibre financier de leurmodèle de défense en justice.Al meerdere jaren is de toegankelijkheid van het sociaal proces in België het onderwerp van hevigedebatten, die opnieuw zijn aangewakkerd door hervormingen die als beperkend wordenervaren en door het voorstel om de arbeidshoven samen te voegen met de hoven van beroep.Deze controverse plaatst de voorstanders van een verregaande rationalisering van de rechterlijkeorganisatie tegenover de verdedigers van een gespecialiseerde en toegankelijke sociale rechtspraak.Om dit debat te onderbouwen, biedt deze bijdrage een wetenschappelijke analysedoor een eerste stand van zaken op te maken van de bestaande kennis en de blinde vlekkeninzake de toegang, en de ongelijke toegang, tot de arbeidsrechtbanken en arbeidshoven.Allereerst herinnert het artikel eraan en toont het aan dat de toegang tot de rechter een essentieelinstrument vormt voor de vermindering van ongelijkheden, en dat het sociaal procesrechtjuist ontworpen is om die effectiviteit te waarborgen. Vervolgens wordt de aandacht gevestigdop het arbeidsgeschil. Hoewel het gebrek aan empirische gegevens het onmogelijk maakt dehypothese volledig te toetsen dat ongelijkheden tussen werknemers op de arbeidsmarkt zichvoor de rechtbanken reproduceren, tonen de voor dit onderzoek verzamelde gegevens (databasevan arbeidsgeschillen SOCLEX) aan dat de sociale rechtszaken hun eigen ongelijkhedenmet zich meebrengen, onder meer naargelang de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomstof de vertegenwoordiging in rechte. Verder wordt gekeken naar de impact vanrecente hervormingen, zoals de btw op advocatenhonoraria en de procesvergoeding, op detoegang van werknemers tot de arbeidsgerechten. Het artikel belicht de centrale rol van devakbonden en de complementariteit van hun optreden met dat van advocaten bij het waarborgenvan een gelijke en effectieve toegang van werknemers tot de rechter, terwijl het ookaantoont dat de hervorming van de rechtsplegingsvergoeding hen benadeelt en het financiëleevenwicht van hun model van rechtsbijstand onder druk zet. |



